Eind juli en begin augustus zijn in Middelburg metingen uitgevoerd met drie Kestrel meters en een infrarood camera. Deze metingen vonden plaats in het kader van het Europese onderzoeksproject Cool Towns. Het is een project dat zich richt op het tegengaan van de negatieve effecten van klimaatverandering. Met deze metingen proberen we een antwoord te vinden op het voorkomen of beperken van hittestress in de (binnen)stad. De resultaten van de metingen zijn naar de Hogeschool van Amsterdam gestuurd en worden daar geanalyseerd. De resultaten worden ook gebruikt in een ander project, Burgerparticipatie in Klimaatadaptatie.

Onderzoek Burgerparticipatie in Klimaatadaptatie

Studenten van HZ Univercity of Applied Siences hebben de Cool Towns Kestrel meters gebruikt voor het onderzoek Burgerparticipatie in Klimaatadaptatie. In dit praktijkgericht onderzoeksproject wordt door onderzoekers van vier hogescholen via een ‘citizen science project’ hitte gemonitord en onderzocht hoe inwoners kunnen worden betrokken bij de benodigde aanpassingen in de wijk. Dit wordt ook gedaan in enkele delen van de gemeente Middelburg. De uitkomsten van het onderzoek worden gebruikt voor het project Cool Towns dat tot doel heeft om steden koeler te maken. De uitkomst van het onderzoeksproject Burgerparticipatie in Klimaatadaptatie is hiervoor ook van belang.

De monitoring bestaat uit metingen met weerstations, fietssensoren, handmeters en temperatuursensoren voor binnenshuis. Daarnaast wordt de beleving door inwoners van deze wijken in kaart gebracht, zodat we een beter begrip krijgen van impact van hitte op mensen. Het onderzoek vanuit de Hogeschool Zeeland wordt uitgevoerd in een tiental wijken in Middelburg, Vlissingen, Rotterdam, Leeuwarden en Groningen. De ontwikkelde kennis wordt gebruikt voor nieuwe inzichten en werkwijzen voor de manier waarop gemeenten en bewoners kunnen samenwerken om wijken ‘klimaatbestendig’ te maken.

Jasper van den Heuvel is researcher/lecturer aan de Hogeschool Zeeland in Vlissingen en is betrokken bij het onderzoek. Hij schreef hierover een artikel. Samen met negen studenten is hij in september 2020 aan de slag gegaan om een aantal deelonderwerpen verder uit te werken samen met betrokken onderzoekers:

  • Analyse van de metingen in het kader van hittestress in de wijk en woningen
  • Video-interviews met inwoners over afwegingen ten aanzien van hun tuin
  • Mogelijke oplossingsrichtingen in de wijk

De gegevens worden verwerkt in een platform om inzicht te krijgen in de gevoelstemperatuur in de diverse wijken.

Gevoelstemperatuur is een betere indicator

Om de effecten van warmte op het welbevinden van mensen in kaart te brengen is de gevoelstemperatuur een betere indicator. In warme periodes dragen een hogere luchttemperatuur, lagere windsnelheid, hogere luchtvochtigheid en hogere straling bij aan een hogere gevoelstemperatuur. Overdag wordt de gevoelstemperatuur in de stad vooral bepaald door zon en schaduw, samen met windsnelheid. Na zonsondergang is de luchttemperatuur van grotere invloed en wordt het thermisch comfort voor een belangrijk deel bepaald door factoren die een invloed hebben op de luchttemperatuur. De PET schaal voor gevoelstemperatuur heeft net als de luchttemperratuur een temperatuurschaal in graden Celsius. De PET is per definitie gelijk aan hoe de luchttemperatuur binnenshuis gevoeld wordt waar er geen straling en windinvloeden zijn.

Monitoringresultaten laten zien dat de PET gevoelstemperatuur in diverse steden op meerdere dagen de drie hoogste fysiologische stressniveaus (matige, grote en extreme warmtestress) bereiken. In het project wordt de PET gevoelstemperatuur realtime berekend uit de weerdata van de weerstations en ontsloten naar een website.

Welke temperaturen er binnenhuis bij bewoners zijn opgetreden gedurende de zomer en welke effecten dit had op het welbevinden wordt momenteel geanalyseerd uit temperatuurmetingen binnen en ingevulde vragenlijsten. Gedurende afgelopen zomer hebben metingen plaatsgevonden in ongeveer 100 verschillende woningen en is er onderzoek gedaan naar de beleving via vragenlijsten. Ook in gemeente Middelburg heeft dit plaatsgevonden. Momenteel worden deze metingen en vragenlijsten geanalyseerd. Het idee is dat dit soort metingen en analyses professionals inzicht kunnen geven in waar en wanneer de risico’s van hittestress kunnen optreden en om hen zodoende beter in staat te stellen hier met inwoners over te communiceren en in gesprek te gaan over een klimaatbestendige wijk.

Het project Burgerparticipatie in Klimaatadaptatie betreft een samenwerking tussen vier hogescholen: HZ University of Applied Sciences, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Van Hall Larenstein, Hanzehogeschool Groningen, de vijf gemeenten Vlissingen, Middelburg, Rotterdam, Leeuwarden, Groningen en twee waterschappen Wetterskip Fryslân en Waterschap Noorderzijlvest. Het project wordt mogelijk gemaakt door een RAAK Publiek subsidie van het Nationaal Regieorgaan Praktijkgericht Onderzoek SIA.

Met dank aan Jasper van den Heuvel